|
|
Museum Het Rembrandthuis - Amsterdam
 |
| |
Wij zijn geen oplaadpunt!
Kastelen |
|
|
|
| Naam | Museum Het Rembrandthuis |
| Adres | Jodenbreestraat 4 | | Plaats | 1011 NK Amsterdam |
 | Bekijk op kaart. |
| Tel | 020-5200400 |
| Fax | 020-5200401 |
| Website | www.rembrandthuis.nl |
| | | Openingstijden | Maandag | 10.00 | - | 17.00 |
| Dinsdag | 10.00 | - | 17.00 |
| Woensdag | 10.00 | - | 17.00 |
| Donderdag | 10.00 | - | 17.00 |
| Vrijdag | 10.00 | - | 17.00 |
| Zaterdag | 10.00 | - | 17.00 |
| Zondag | 10.00 | - | 17.00 |
|
| |
| Gelegen aan de volgende wegen c.q. routes: |
Museum Het Rembrandthuis bevindt zich aan de Jodenbreestraat 4 in Amsterdam. Dit is vlak achter het Waterlooplein, op circa 15 minuten loopafstand van het Centraal Station.
Openbaar vervoer
Metro
Elke metrolijn van en naar CS Amsterdam. Halte Nieuwmarkt, uitgang Nieuwe Hoogstraat.
Trein
CS Amsterdam (15 min. lopen, 2 min. met de metro).
Tram
Lijnen 9 en 14, halte Waterlooplein.
Boot
Halte 6, Muziektheater. Halte Zwanenburgwal. (Voor meer informatie: www.canal.nl)
Auto
Parkeren
Parkeergarage Waterlooplein (zie ook www.p1.nl) of Markenhoven, beide gelegen aan de Valkenburgerstraat, of parkeergarage Muziektheater/Stadhuis gelegen aan het Waterlooplein.
Touringcar: Parkeerterrein Gassan Diamonds, Nieuwe Uilenburgerstraat (alleen in combinatie met een gratis bezoek aan Gassan Diamonds).
Laad- en losplaats vóór het Rembrandthuis of op het Jonas Daniël Meyerplein.
Route vanaf de A1 (Amersfoort)
Volg, bij Amsterdam aangekomen, op het knooppunt Watergraafsemeer de A10, E35.
Ga rechtdoor de A10 (E35) op en neem na 1,4 km de afslag Centrum (S112).
Ga na 250 m linksaf de Gooiseweg (S112) op.
Neem na 1,9 km de eerste afslag op de rotonde, de Wibautstraat (S112).
Ga rechtdoor het Rhijnspoorplein (S112) op (na 1,5 km).
Ga rechtdoor het Weesperplein (S112) op (na 200 m).
Ga rechtdoor de Weesperstraat (S112) op (na 140 m).
Ga rechtdoor het Jonas Daniël Meijerplein (S112) op (na 500 m).
Houd na 6 m rechts aan op het Jonas Daniël Meijerplein.
Neem de tweede afslag op de rotonde, de Valkenburgerstraat.
Route vanaf de A2 (Utrecht)
Bij Amsterdam gaat u rechtdoor de Utrechtsebrug (A2) op.
Ga rechtdoor de Nieuwe Utrechtseweg (A2) in (na 175 m).
Houd na 70 m rechts aan op de Nieuwe Utrechtseweg.
Ga rechtdoor de President Kennedylaan (S110) op (na 45 m).
Ga rechtdoor de Amsteldijk (S110) op (na 500 m).
Ga na 1800 m rechtsaf de Torontobrug (S100) op.
Ga rechtdoor de Mauritskade (S100) op (na 175 m).
Houd na 50 m rechts aan op de Mauritskade (S100).
Ga na 140 m linksaf het Rhijnspoorplein (S112) op.
Ga rechtdoor het Weesperplein (S112) op (na 140 m).
Ga rechtdoor de Weesperstraat (S112) op (na 80 m).
Ga rechtdoor het Jonas Daniël Meijerplein (S112) op (na 400 m).
Neem de tweede afslag op de rotonde, de Valkenburgerstraat.
Route vanaf de A4 (Den Haag)
Neem vanaf de A4 de A10-West (Ring Amsterdam) richting Zaanstad.
Ga door de Coentunnel en kies daar voor de richting Utrecht / Amersfoort.
Neem de afslag Noord / Centrum (S116).
Ga na 500 m rechtsaf op de Nieuwe Leeuwarderweg (S116).
Ga rechtdoor de IJtunnel (S116) in (na 2,3 km).
Ga rechtdoor de Valkenburgerstraat (S112) op (na 2,5 km).
Route vanaf de A8 (Alkmaar)
Volg op het knooppunt Coenplein de A10, E35.
Ga rechtdoor de A10 (E35) op (na 1,1 km).
Neem na 3,5 km de afslag Amsterdam Noord / Centrum (S116).
Ga na 500 m rechtsaf op de Nieuwe Leeuwarderweg (S116).
Ga rechtdoor de IJtunnel (S116) in (na 2,3 km).
Ga rechtdoor de Valkenburgerstraat (S112) op (na 2,5 km).
|
| |
| Bedrijfsomschrijving: |
Het leven van Rembrandt
Belangrijke jaartallen
1568-1648
Tachtigjarige Oorlog tussen de Noordelijke Nederlanden en Spanje.
1602
Oprichting van de Verenigde Oostindische Compagnie (VOC), een handelsorganisatie van Nederlandse steden. De schepen van de VOC varen naar Aziatische landen, waar specerijen, porselein, kostbare stoffen en andere goederen worden ingekocht.
1606
Op 15 juli wordt Rembrandt in Leiden geboren als negende kind van Harmen Gerritszoon van Rijn en Neeltje Willemsdochter van Suydbroeck.
1609-1621
Wapenstilstand in de Tachtigjarige oorlog: het Twaalfjarig Bestand.
1613-1620
Rembrandt bezoekt de Latijnse School in Leiden.
1620
Rembrandt wordt ingeschreven aan de Leidse universiteit, maar zal er geen lessen volgen.
1620-1623
Rembrandt is in de leer bij de Leidse schilder Jacob van Swanenburgh.
1621
Oprichting van de West-Indische Compagnie, een organisatie die handel drijft met plaatsen in Noord- en Zuid-Amerika en Oost-Afrika.
1624
Rembrandt heeft een eigen atelier in Leiden. Hij werkt nauw samen met zijn vriend Jan Lievens.
1625
Rembrandt is een half jaar in de leer bij de schilder Pieter Lastman in Amsterdam.
1626
Rembrandt is weer werkzaam in Leiden. Naast tekeningen en schilderijen gaat hij ook etsen maken.
1628
Rembrandt krijgt zijn eerste leerlingen. Constantijn Huygens, de secretaris van stadhouder Frederik Hendrik, bezoekt Rembrandts en Lievens’ atelier en bewondert hun werk.
1631
Rembrandt komt in contact met de Amsterdamse kunsthandelaar Hendrick van Uylenburgh. Hij verblijft steeds vaker in Amsterdam.
1632
Rembrandt schildert zijn eerste groepsportret:
De anatomische les van dr. Nicolaes Tulp.
1632-1646
Rembrandt maakt voor stadhouder Frederik Hendrik een serie schilderijen over het lijden van Christus
1634
Rembrandt trouwt op 22 juni met Saskia van Uylenburgh, een nichtje van Hendrick van Uylenburgh.
1635
Rembrandt en Saskia huren een huis in de Nieuwe Doelenstraat te Amsterdam. Hun eerste zoon, Rombartus, sterft al na twee maanden.
1637
Rembrandt en Saskia verhuizen naar het huis de Suyckerbackerij aan de Binnen-Amstel in Amsterdam.
1638
Geboorte van een dochter, Cornelija, die nog geen maand blijft leven.
1639
Rembrandt koopt voor 13.000 gulden een huis aan de Amsterdamse Breestraat. De straat heet tegenwoordig Jodenbreestraat en het huis is nu Museum het Rembrandthuis. Hij krijgt de opdracht voor De Nachtwacht.
1640
Een tweede dochter, ook Cornelija genoemd, blijft maar een paar weken in leven.
1641
In september wordt een zoon, Titus, geboren.
1642
Rembrandt voltooit De Nachtwacht. Saskia is ziek en sterft op 14 juni, 29 jaar oud. Ze wordt in de Oude Kerk begraven. Geertje Dircx komt in huis als verzorgster van Titus. Rembrandt begint een verhouding met haar, die in onmin zal eindigen
1647
Hendrickje Stoffels komt als dienstmeisje bij Rembrandt in huis. Zij wordt Rembrandts nieuwe geliefde.
1648
Vrede met Spanje. In Amsterdam verrijst op de Dam een nieuw stadhuis.
1650
Rembrandt laat Geertje Dircx opnemen in een inrichting in Gouda.
1652-1654
De Eerste Engels-Nederlandse Oorlog.
1653
De pest heerst in Amsterdam. Rembrandt maakt grote schulden om zijn huis af te kunnen betalen.
1654
Een dochter van Rembrandt en Hendrickje wordt geboren. Zij wordt Cornelia genoemd.
1655
Voltooiing van het nieuwe Amsterdamse stadhuis op de Dam.
1656
Rembrandt kan zijn schulden niet afbetalen. De Hoge Raad van Holland verklaart hem failliet. Er wordt een inventaris van zijn inboedel opgemaakt door een ambtenaar van de Desolate Boedelskamer.
1656-1658
Verkopingen van Rembrandts huis en bezittingen.
1660
Rembrandt, Hendrickje, Titus en Cornelia wonen in een gehuurd huis aan de Amsterdamse Rozengracht, waar Hendrickje en Titus een kunsthandel opzetten.
1661
Rembrandt maakt een groot schilderij voor het nieuwe Amsterdamse stadhuis: De samenzwering van Julius Civilis. De burgemeesters willen het schilderij niet plaatsen en Rembrandt krijgt het terug.
1662
Rembrandt schildert De Staalmeesters.
1663
De pest heerst weer in Amsterdam. Hendrickje sterft en wordt begraven in de Westerkerk.
1665
Rembrandt maakt zijn laatste ets, een portret van de arts Jan Antonides van der Linden.
1665-1667
Tweede Engels-Nederlandse Oorlog.
1666
Rembrandt schildert Het joodse bruidje.
1668
Op 28 februari trouwt Titus met Magdalena van Loo. Hij sterft een paar maanden later en wordt in de Westerkerk begraven.
1669
Magdalena van Loo krijgt een dochtertje, Titia. Rembrandt schildert nog twee zelfportretten. Hij sterft op 4 oktober en wordt in de Westerkerk begraven.
|
| |
| Activiteiten, bijzonderheden, evenementen en promotie's: |
De samenzwering van de Batavieren onder Julius Civilis
ca. 1661-1662
In 1648, het jaar dat met de Vrede van Munster een einde kwam aan de Tachtigjarige Oorlog, werd in Amsterdam begonnen met de bouw van een nieuw stadhuis, het tegenwoordige Paleis op de Dam. Er werd veel geld voor uitgetrokken om er een indrukwekkend bouwwerk van te maken. Het stadhuis moest uitdrukking geven aan de macht van de stad Amsterdam. Ook aan de inrichting werd ruime aandacht geschonken. De uitvoering van de decoratie van de galerij rondom de Burgerzaal dateert van latere datum. Govert Flinck werd in 1659 gecontracteerd voor het schilderen van de twaalf stukken voor de galerij met taferelen uit de opstand van de Batavieren tegen de Romeinen. Deze voormalige leerling van Rembrandt kreeg daarvoor het kolossale bedrag van 12.000 gulden toegezegd. Kort nadat de opdracht was verstrekt, overleed Flinck. Het stadsbestuur vertrouwde daarop het werk aan verschillende kunstenaars toe. Rembrandt kreeg één onderwerp te schilderen: De samenzwering van de Batavieren in het Schakerbos met de eenogige Julius Civilis, ook wel bekend als Claudius Civilis.
Voor zover we weten, is dit het grootste schilderij geweest dat Rembrandt ooit heeft gemaakt. Het moet maar liefst vijfeneenhalf bij vijfeneenhalf meter hebben gemeten. Het doek is in 1662 in het stadhuis geplaatst, maar het werd vervolgens weer verwijderd. De reden is niet bekend. Waren de burgemeesters ontevreden over de wijze waarop het onderwerp te waarheidsgetrouw was uitgebeeld? Of beviel de afwerking niet? Rembrandt moest de nodige veranderingen aanbrengen, waarvoor hij niet extra zou worden betaald. Kon Rembrandt het met zijn opdrachtgevers niet over de betaling eens worden? Het schilderij keerde hoe dan ook bij Rembrandt terug die later het centrale deel eruit moet hebben gesneden. Dat fragment bevindt zich sinds de achttiende eeuw in Zweden. (afb.1) Omdat Rembrandt op een kladje een schets van de gehele voorstelling heeft gemaakt, weten we hoe het schilderij er ongeveer heeft uitgezien. (afb.2)
Portret van Jan Six
Van de vele portretten die Rembrandt heeft geschilderd, geëtst en getekend behoren die van Jan Six (1618-1700) tot de bekendste. Het in 1654 geschilderde portret van Six berust nog steeds bij zijn nazaten. In 1647 maakte Rembrandt de hiernaast afgebeelde portretets. Het is een van de weinige etsen waarvoor Rembrandt eerst verschillende ontwerptekeningen heeft gemaakt. Six staat in een nonchalante houding geleund bij het raam, lezend in een manuscript. Zoals uit een eigentijds lofdicht op dit portret blijkt, is Six in zijn ‘boekkamer’ afgebeeld.
De familie van Jan Six was actief in de handel en bezat een zijdeververij. Zelf heeft hij tot in het begin van de jaren vijftig in het familiebedrijf gewerkt. Six legde zich echter tevens toe op de kunsten. Hij schreef gedichten en verzamelde kunst. Op de prent toont hij zich als kunstminnaar. Enige jaren na de vervaardiging van dit portret trouwde Jan Six met Margaretha Tulp. Zij was een dochter van Nicolaes Tulp, de hoofdpersoon van Rembrandts vroegste anatomische les. Mede door dit huwelijk steeg Jan Six op de maatschappelijke ladder. Hij zou uiteindelijk in 1691 burgemeester van Amsterdam worden.
Titus aan zijn lezenaar
De voor zich uit kijkende jongen is in gepeins verzonken. Hij heeft een duim tegen zijn kin gedrukt. Op de lezenaar liggen wat papieren en hij houdt in zijn rechterhand een pen vast en in zijn andere hand een pennenkoker. Er wordt niet aan getwijfeld dat dit een portret is van Rembrandts zoon Titus. Een belangrijke aanwijzing daarvoor is dat er nog enkele schilderijen van Rembrandt uit dezelfde periode bestaan die onmiskenbaar dezelfde jongen tonen. Bovendien is er nauwe verwantschap met het door Rembrandt geëtste portret van een jongen, welk portret volgens een zeventiende-eeuwse bron Titus voorstelt. (afb.2) Op die prent draagt Titus een vergelijke baret als op het schilderij.
De in 1641 geboren Titus is het enige kind van Saskia en Rembrandt dat niet als zuigeling is overleden. Nog geen jaar na zijn geboorte overleed Titus’ moeder. Hij is opgevoed door zijn vader en door Geertje Dircx. In 1649 werd de plaats van Geertje plaats ingenomen door Hendrickje Stoffels. Over de jeugdjaren van Titus is zo goed als niets bekend. Wel weten we dat hij tekenen en schilderen heeft geleerd, ongetwijfeld van zijn vader. In de inventaris, die in 1656 van Rembrandts bezittingen is opgemaakt, komen een paar werken van Titus voor. Na de afwikkeling van het faillissement werd de kunsthandel overgedaan op de naam van Hendrickje en Titus om de inkomsten daaruit uit de handen van Rembrandts schuldeisers te houden. Titus heeft zich daadwerkelijk met de kunsthandel beziggehouden. In Rembrandts biografie door de schilder en schrijver Arnold Houbraken uit het begin van de achttiende eeuw schreef deze ietwat denigrerend dat Titus de prenten van zijn vader uitventte. Toen hij in 1665 in Leiden was, trachtte Titus een opdracht voor zijn vader binnen te slepen. Bij die gelegenheid liet Titus zich in trotse bewoordingen uit over de kwaliteiten van zijn vader. Drie jaar later was Titus weer in Leiden. Hij maakte toen, letterlijk doodziek, zijn testament op en overleed kort daarop.
Het joodse bruidje
Een van Rembrandts beroemdste werken is het schilderij dat bekend staat als Het joodse bruidje. Deze naam is in het begin van de negentiende eeuw aan het schilderij gegeven. Tot nog toe is het onderwerp van de voorstelling een raadsel gebleven. Stelt het een oud-testamentisch paar voor? Of is het een dubbelportret van twee tijdgenoten van Rembrandt? Het kan ook een combinatie van beide mogelijkheden zijn: een man en een vrouw die zich als bijbelse figuren hebben laten vereeuwigen. Dat wordt een portrait historié genoemd, een gehistoriseerd portret. Wanneer dat het geval is geweest, houden de meeste kunsthistorici het er op dat Isaak en Rebekka zijn uitgebeeld. Een andere, meer neutrale verklaring is dat de man de liefde aan zijn vrouw verklaart. In dat geval zou het onderwerp van het schilderij de deugdzaamheid van het huwelijk zijn. Naast de onzekerheid over het onderwerp, is het jaar waarin Rembrandt dit schilderij heeft gemaakt onbekend. Het wordt omstreeks 1666 gedateerd. Rembrandt heeft in dit schilderij de verf ruw opgebracht. De verf voor de mouw van de man is zo dik, dat het lijkt of hij daarvoor een paletmes heeft gebruikt.
Het joodse bruidje
gesigneerd en gedateerd ‘Rembrandt f 16(..)’
doek, 121,5 x 166,5 cm
Amsterdam, Rijksmuseum (Br. 416)
De staalmeesters
Omstreeks 1661 kreeg Rembrandt de opdracht een groepsportret te schilderen van de waardins ofwel keurmeesters van het lakengilde. Het uit vijf man bestaande college zetelde in het Staalhof. Rembrandt is voltooide het groepsportret in 1662. Het schilderij werd in het Staalhof geplaatst in een kamer waar nog enkele groepsportretten hingen die echter uit de zestiende eeuw stamden. Al in de achttiende eeuw sprak men over de Staalmeesters. Ieder jaar werd het college aangesteld op Goede Vrijdag. De man op de achtergrond zonder hoed is de knecht van het gilde.
Uit röntgenopnamen blijkt dat Rembrandt flink aan de compositie heeft gesleuteld. De tweede man van links stond bijvoorbeeld eerst. Van deze staande figuur is een getekende studie bewaard. Hij was hoogstwaarschijnlijk Volckert Jansz., een doopsgezinde lakenkoopman die evenals Rembrandt een grote verzameling kunstvoorwerpen, naturalia en zeldzame voorwerpen had bijeengebracht. Het is opmerkelijk dat Rembrandt een paar jaar na zijn faillissement belangrijke opdrachten kreeg. Hij zat toen allerminst om werk verlegen. In deze tijd werkte hij ook aan een kapitaal schilderij voor het stadhuis
Portret van Rembrandt ten voeten uit
Volgens het oude opschrift heeft Rembrandt hier zichzelf weergegeven, gekleed in een schildersjas. Op een schilderij in Wenen houdt hij, gekleed in dezelfde jas, zijn handen op gelijke wijze in de zij. Dit schilderij draagt de datum 1652, de tijd waarin ook de tekening wordt gedateerd. Het Franse onderschrift is van de hand van de kunstkenner en handelaar Pierre-Jean Mariette, waarschijnlijk geschreven ter gelegenheid van de veiling van Pierre Crozat in 1741, waarvoor Mariette de catalogus maakte. Het Nederlandse onderschrift is waarschijnlijk ouder, maar door wie het werd geschreven is niet bekend.
De figuur is tamelijk summier neergezet met enkele krachtige, donkere accenten. De rechtervoet is in twee standen weergegeven. Het papier is stuk gegaan waar de ceintuur is getekend, waarschijnlijk toen een teveel aan inkt werd verwijderd.
De Nachtwacht
In de zeventiende eeuw heeft de Nederlandse Republiek een ongekende productie van kunst gekend. Het aantal schilderijen en prenten dat toen is gemaakt is verbluffend hoog. Uit die tijd stammen bovendien vele schilderijen van hoge kwaliteit. Het beroemdste schilderij is het werk van Rembrandt dat als De Nachtwacht bekend staat. Het is een groepsportret van schutters. Dat waren weerbare mannen die, als de nood aan de man was, oproepbaar waren om de stad te verdedigen of oproeren te onderdrukken. Het schilderij stelt de compagnie van kapitein Frans Banning Cocq en zijn luitenant Willem van Ruytenburgh voor, omringd door zestien van hun manschappen. Boven de poort staan op een schildje de namen van de achttien geportretteerden die voor de opdracht betaald hebben. De overige personen die erop voorkomen, zijn door Rembrandt met het oog op de compositie toegevoegd. De opdracht zal in 1639 of kort er na aan hem zijn verstrekt. Het zal niet toevallig zijn dat Rembrandt juist in diezelfde tijd een kapitaal huis kocht
De anatomische les van Nicolaes Tulp
Rembrandt schilderde dit groepsportret van zeven chirurgijns en de medicus Nicolaes Tulp in 1632. Het schilderij is er één uit een reeks van groepsportretten die voor de bestuurskamer van het Chirurgijnsgilde zijn gemaakt en waarvan de oudste uit 1603 stamt. Zo’n anatomiestuk kent een centraal motief, een anatomische les, en een hoofdrolspeler, de praelector ofwel de voorlezer. De aanleiding voor het ontstaan van dit schilderij was de anatomische les die Tulp in januari 1632 verrichtte. Een vooraanstaand medicus gaf tweemaal per week theorieles aan de Amsterdamse chirurgijns. Onderdeel van deze bijscholing was het bijwonen van praktijklessen in het anatomisch theater om zo meer inzicht te krijgen in de menselijke anatomie. Ieder jaar kon er een openbare ontleding plaatsvinden, meestal in de winter omdat het lijk anders te veel stonk. De ontleding gebeurde dan onder leiding van de praelector. Deze deed dat niet elk jaar, maar in 1631 verrichtte Tulp, die drie jaar ervoor voorlezer van het Chirurgijnsgilde was geworden, zijn eerste lijksectie. In 1632 deed Tulp het weer. Naar aanleiding van die sectie maakte Rembrandt het bewuste schilderij.
|
| |
| Extra foto's: |
|
| |
| terug naar het overzicht |
|